De nieuwe krakers

Een gewelddadige randfiguur met een baksteen in de ene hand en een breekijzer in de andere: dat was het beeld dat men twintig jaar geleden had van de kraker. Gekraakt wordt er nog steeds bij het leven. Maar zo het beeld ooit geklopt heeft, nu in ieder geval niet meer. Krakers zijn meneren en mevrouwen. Maar wel bijzondere.

Intermediair, 20 juli 2006

Door Lorain O’Mahoney

‘Hé, die vind ik mooi, mag ik die hebben?’ De jongen haalt een rood-bruin gestreept poloshirt uit het kledingrek en houdt het voor zijn borst. Past precies. ‘Maar moet je er dan niet iets voor terughebben?’ vraagt hij het blonde meisje dat vanaf haar uitgespreide kleedje naar hem opkijkt. ‘Nee hoor, neem maar mee’, zegt ze en zet het bordje ‘weggeefwinkel’ wat meer rechtop.
Het is vrijdagavond, iets voor negenen. De Amsterdamse Bijenkorf loopt leeg, de zon zakt achter het paleis. Op de Dam is een bont gezelschap verzameld. Het zijn vooral mid-twintigers die hier hun kampeertentjes opzetten en hun slaapzakken uitrollen. Her en der worden spandoeken en gezichten beschilderd en de eerste diabolo vliegt al door de lucht. De sfeer is uitgelaten. Mensen met bakfietsen vol kookstellen en pannensets ­ formaat gaarkeuken ­ rijden af en aan. Links en rechts worden de eerste veldkeukentjes ingericht en hapjes uitgedeeld: veganistische sushi en groentewraps. Voor de neus van de portier van het prestigieuze Krasnapolsy-hotel is een tractor bezig hooibalen uit te laden. Vast voor de pony die ­ bepakt met slaapmatjes ­ om het monument rondstapt.


Cian en Joya in hun huis aan de Wenbachweg in Amsterdam




Provisorische slaapruimte in het DAF-gebouw in Eindhoven




Sociale huisvesting

‘Mag ik zo’n pamfletje?’, vraagt een agent aan een groepje mensen dat een complete huiskamer ­ bank, stoelen en koffietafel met veldboeket ­ op het plein heeft uitgestald. ‘Damslapen tegen Dekker en Co’, begint de tekst. ‘Hee, dat zijn mijn meubels’, lacht een jongen die komt aanfietsen. De agent slentert al lezend terug naar zijn in fluorgele vestjes gehulde collega’s. Ze staan ontspannen naast het geparkeerde politiebusje. Er worden geen problemen verwacht. Slapen op de Dam is sinds 1970 weliswaar verboden, maar burgmeester Cohen knijpt vannacht ­ de nacht van 7 op 8 juli ­ een oogje dicht.
Vanuit heel Nederland zijn krakers en sympathisanten op de trappen van het monument op de Dam neergestreken om hun protest tegen het dreigende kraakverbod en de huurwetliberalisering kracht bij te zetten. Vierhonderd mensen zullen vanavond gehoor geven aan de oproep van de initiatiefnemers ­ het ad hoc comité ‘De Damslapers’ ­ om, zoals het pamflet vermeldt, ‘de maatschappij te confronteren met de te verwachten gevolgen van dit soort aanvallen op de sociale huisvesting’. Dus zijn allerlei krakerprojecten als de weggeefwinkels en volkskeukens naar de Dam verkast om samen met boerderijkrakers, kunstenaars, straatartiesten en activisten te laten zien welke subcultuur verloren dreigt te gaan. Een subcultuur waarvan een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat hij buitenspel moet worden gezet. En dat de rechten van de huiseigenaar weer in ere moeten worden hersteld, vinden ze ook.
Maar wie zijn dat dan, die mensen die anno 2006 nog in een kraakpand wonen? En wat doen ze dan dat zo gevaarlijk is dat het bij wet verboden moet worden?

Onrustig wonen

‘Bijna iedereen die nu kraakt heeft een baan of studeert,’ zegt Clemens Mol (34). Het is woensdagavond en zoals iedere week houdt het ‘Spekulanten Onderzoeks Kollektief’(SPOK) spreekuur in zijn kleine kelderkantoortje in de Amsterdamse binnenstad. Het SPOK bestaat sinds 1978 en is opgericht door krakers die zich verzetten tegen huizenspeculatie. Hier kunnen iedere week krakers, maar ook huurders, terecht om de uitgebreide archieven te raadplegen die in de jaren over foute huisbazen en speculanten zijn aangelegd. En wie even moet wachten, kan in de Intermediair bladeren die er op tafel ligt. Clemens, in de dagelijks leven duo-deelraadslid, is een van de vrijwilligers. ‘Het is een heel diverse groep. Ik ken ict’ers, advocaten en vuilnismannen die gekraakt wonen.’
Hoeveel mensen kraken, is niet duidelijk. Dat wordt nergens bijgehouden. Voor Amsterdam liggen de schattingen zo rond de vijftienhonderd krakers en ongeveer tweehonderd kraakpanden. De overwegingen om te gaan kraken zijn voor iedereen weer anders. Voor de meeste is het puur woningnood, anderen zoeken een goedkope plek om te werken ­ zoals kunstenaars en muzikanten ­ en een deel bestaat uit activisten die kraken uit politieke overtuiging. Mol: ‘De huizensituatie is lang niet zo schimmig meer als in de jaren tachtig. Toch zijn er nog steeds meer dan genoeg misstanden wat betreft leegstand en foute huisbazen.’ Collega Martin (35) ­ ‘Noem mij maar informatieanalist; dat is een mooi buzzword’ ­ heeft een baan als softwareontwikkelaar. Moeiteloos te combineren met zijn kraakactiviteiten.
Een makkelijke manier om gratis te wonen is kraken niet, vindt Mol. ‘Het is juist een hectisch bestaan.’ Voordat je een pand kunt kraken, moet je eerst door de hele administratieve rompslomp heen van het onderzoek naar het pand en de eigenaar ­ bij het Kadaster, de Kamer van Koophandel ­ vervolgens de contacten met de politie, de eigenaar en eventuele advocaten. En altijd is er de dreiging van ontruiming. Mol: ‘Heel onrustig wonen dus.’ Zelf woont hij daarom inmiddels in een huurwoning, ‘voor wat meer rust’. En kraken is heel intensief, vult Martin hem aan. ‘Onderling wordt een bepaalde houding verwacht, een actieve betrokkenheid; je bent immers samen verantwoordelijkheid voor elkaars veiligheid en leefomgeving.’ Mol: ‘En vergeet niet dat er vaak maanden gezamenlijk geklust moet worden om een pand na jaren leegstand weer bewoonbaar te maken.’ Het cliché van de werkschuwe uitkeringstrekker gaat volgens de heren van het SPOK voor het gros van de huidige krakers dan ook absoluut niet op.

Krakersmanifestatie op de Dam te Amsterdam, 7 juli 2006
Broedplaats

‘Ik had in het begin ook wel wat vooroordelen, over punks en technomuziek, maar de meeste kraakpanden zijn net zoals hier: die zul je van buiten nooit herkennen’, zegt Joya (24). Kortgeleden rondde ze haar HBO-studie international business management af. Nu werkt ze in de horeca.
De brave jaren-zeventig rijtjeshuisjes waarin zij woont, zijn ooit gebouwd voor de bewakers van de Bijlmerbajes en hun gezinnen. Nu zijn zeven ervan gekraakt en worden de overige woningen nog regulier verhuurd. Voor Joya’s deur staat een tafeltje met krukjes rondom. Op het kleed met appeltjesmotief staan gekleurde bloempotten. Behalve wat linkse postertjes in het raam, gewoon een eengezinswoning.
Eigenlijk zit ze hier dankzij haar vader. Drie jaar geleden wees hij haar op de leegstaande huisjes. ‘Kraak dan wat, dat deden wij vroeger ook’, was zijn advies, nadat ze jaren tevergeefs voor een woning ingeschreven had gestaan. Bij een ‘kraakspreekuur’ ­ in de meeste steden te vinden ­ kreeg ze van ervaren krakers het advies een groep te verzamelen en niet één, maar meerdere woningen in de straat te kraken, ‘om samen sterker te staan’. Een groepje woningzoekenden was snel gevonden.
Aan de muur in haar huiskamer, naast de open keuken, hangt een collage van foto’s van de daadwerkelijke kraak. Maar van het klassieke ‘kraakpand’ heeft dit huisje verder niets. Het is er knus, gezellig, beetje studentikoos, de computer in de huiskamer, kleurige doeken over de banken en fietsen in de gang. ‘Ik woon hier echt heel graag’, zegt Joya, tevreden om zich heen kijkend. ‘Een kleine broedplaats’, noemt ze het buurtje. ‘Met mensen die een ander leven willen, niet meteen binnen het systeem passen en niet echt met geld bezig zijn. Er wonen hier bijvoorbeeld kunstenaars en dansers, die als ze een hoge huur zouden moeten ophoesten, zich niet met hun creativiteit zouden kunnen bezighouden.’
Het contact met de rest van de buurt en de reguliere huurders is volgens Joya uitstekend. ‘Als zij een feestje geven, waarschuwen ze ons even en andersom ook.’ Wat ze uiteindelijk wil gaan doen, weet ze nog niet. Voorlopig blijft ze zitten waar ze zit. De gevangenis, die de huisjes van de staat in beheer heeft, heeft de afgelopen jaren geen kik gegeven. ‘Blijkbaar hebben ze de huisjes niet nodig.’


Lotte's luxe kamer aan de Lange Leidsedwarsstraat te Amsterdam; het DAF-gebouw in Eindhoven

Expositie

Natuurlijk pakt niet iedere kraak zo gunstig uit. Voor de groep studenten van de Eindhovense Designacademie was het avontuur vorige maand van korte duur. Begin juni bezetten ze het oude DAF-kantoor aan de ringweg in Eindhoven. Het gebouw stond al vier jaar leeg en vormde voor vrienden Hilbert, Vera, Otje, Djim en Rocco ­ inderdaad: krakers hebben traditiegetrouw bij voorkeur alleen een voornaam ­ de ideale oplossing voor het grote tekort aan woon- en atelierruimte waar Eindhoven mee kampt. In het heuse businessplan van het pand ­ omgedoopt tot Design.Art.Factory (de letters stonden immers al op het dak) ­ was ruimte voor honderd werkplekken, een expositieruimte, woonruimte voor henzelf en misschien zelfs een filmzaal. ‘Ook willen we een restaurant inrichten op de negende verdieping’, zegt Hilbert (27) opgetogen als we hem spreken tijdens een grote expositie die eind juni als voorproefje van de toekomstige mogelijkheden gegeven wordt. De vijf wonen dan twee weken in de DAF-toren. Nu, krap een maand later, hebben ze het pand al weer verlaten. Op advies van hun advocaat. De eigenaar is bezig het pand te verkopen, terug aan DAF. Hilbert; ‘Maar de gemeente heeft gezegd keihard te werken aan een oplossing voor huurateliers.’ Maar wanneer dat zover is, weten ze niet. Samen met vriendin Vera heeft Hilbert intussen ook een nieuw kraakproject op het oog. Of ze tot handelen zullen overgaan, weten ze nog niet. ‘Kraken is heel intensief en we moeten onze energie ook nog verdelen over werk en studie.’ Maar het contrast blijft ze dwarszitten: zoveel mensen kunnen maar geen betaalbare werkruimtes vinden, terwijl er zoveel panden leegstaan.’
Toch houden de voorstanders van het kraakverbod vol dat kraken niet meer van deze tijd is. Illegale feesten, wietplantages: kraakpanden trekken criminele elementen aan en veroorzaken niets dan overlast, zo heet het. De rechten van huiseigenaren moeten weer in ere hersteld worden. Maar socioloog Justus Uitermark ergert zich als ‘participerend onderzoeker’ aan het idee dat kraken ‘de wereld op zijn kop’ zou zijn. ‘Leegstand is het gevolg van wanbeheer, dat beter via directe actie aan de orde kan worden gesteld dan via onzichtbare papieren procedures. Een samenleving heeft zelfcorrigerend vermogen nodig. Als het gaat om het tegengaan van uitwassen op het gebied van volkshuisvesting, vervult de kraakbeweging daar nog altijd een belangrijke functie in.’


tijdelijke bewoners Otje, Dijm, Hilbert en Rocco; en de expositie die in juni gehouden werd

Rotte appels

En die overlast dan? Uitermark: ‘De kraakbeweging is altijd sterk versnipperd geweest, maar wordt door de buitenwacht als één pot nat gezien. ‘Er zijn krakers die gewoon op zoek zijn naar woonruimte, er zijn heel bevlogen activisten en er zijn parasitaire toeristenkrakers die panden uitwonen. Die laatste groep vormt een probleem, maar er zijn genoeg mogelijkheden om op te treden tegen de overlast die zij veroorzaken. Daar hoef je geen kraakverbod voor uit te vaardigen.’
Rotte appels heb je overal, zegt sociologie-studente Lotte (23). ‘Excessen zijn natuurlijk jammer, maar het merendeel van de krakers is er echt niet op uit een pand uit te wonen. “Bezet een pandje, redt een pandje” is ons motto.’ Haar kamer aan de Lange Leidsedwarsstraat heeft ze grotendeels zelf moeten bouwen, voor ze hier drie jaar geleden kon intrekken. Je zou het niet zeggen als je de ruimte nu ziet: een gezellige zithoek, bureau met laptop voor het raam en boven op de vide haar slaapkamer. ‘Maar kijk maar’, zegt Lotte, die op de bank door een fotoalbum bladert: beelden van dikke lagen duivenpoep, verrotte daken en ingestorte muren. ‘Zo zag het eruit.’
Vijf jaar geleden stond dit huis bij het kadaster te boek als ruïne. De eigenaar had het dertig jaar leeg laten staan. Lotte, die een paar jaar geleden nog bepaald geen doe-het-zelver was, weet nu als een volleerd projectontwikkelaar bij de rondgang door het gigantische pand precies uit te leggen welk deel van het huis geïsoleerd is, welke steunbalken zijn vervangen zijn en hoe de kingsize douche is betegeld. De acht mensen die hier wonen ­ allemaal tussen de twintig en begin dertig ­ hebben dat met elkaar gedaan. Stuk voor stuk indrukwekkende ruimtes, en opvallend netjes. ‘Ja natuurlijk, als je wilt klussen, moet het opgeruimd zijn, anders vind je niets terug.’
Maar de resterende grote klussen, zoals de ontmanteling van de oude liftschacht, blijven vanaf nu liggen. De vroegere eigenaar schijnt het huis te hebben doorverkocht aan iemand die er luxe appartementen in wil bouwen. ‘En dat terwijl er al zoveel voor de hogere inkomensgroepen wordt gebouwd’, zegt Lotte verontwaardigd. ‘Alles moet maar meer en meer geld opbrengen, terwijl zoveel mensen zich gewoonweg geen dak boven hun hoofd kunnen veroorloven.’ Als het tot een ontruiming komt, weet Lotte nog niet wat ze gaat doen. Met stenen gooien? ‘Hou op zeg. We hebben echt niet de intentie de tradities uit het verleden te herhalen. Maar ieder moet dat voor zich weten.’

De kraker anno 2006 kiest volgens Lotte zorgvuldig zijn strijdtoneel: ‘Iedereen moet voor zichzelf die afweging maken: steek ik mijn energie in het verhinderen van ontruiming, of steek ik die in het bewoonbaar maken van een nieuw pand.’

Touwtjespringen

Op de Dam wordt touwtjegesprongen en gedanst. Martin van het SPOK probeert tegenover de Bijenkorf-ingang wat computers aan de gang te krijgen. Joya en Cian zoeken op de trappen van het monument een voor een hun slaapzakken op. Lotte staat te flyeren: ‘Ik moet even wat propaganda uitdelen.’ Intussen zijn ook Vera en Hilbert met de trein uit Eindhoven gearriveerd en trekken een fles wijn uit hun rugzak ­ ‘hij is alleen niet koud’. Clemens maakt zich op om te gaan zingen, ‘oude strijdliederen, met het arbeiderskoor.’ Helemaal vooraan het plein, bij de tramlijn, staan drie zwarte figuren. Bomberjacks aan, bivakmusten op; met bakstenen in de aanslag. Ze staan doodstil. Op voetstukken. Op de grond voor hen staat een bord. ‘Komt dat zien: de met uitsterven bedreigde “homus Krakerus”.’
Kraakverbod: de voors en tegens

Na drie moties tegen kraken heeft minister Dekker van VROM een wetsontwerp in voorbereiding om het kraken te verbieden.
Door Cathalijne Boland

Wat zegt de huidige wet over kraken?
In de wet staat dat het strafbaar is een woning of gebouw te kraken dat korter dan twaalf maanden leegstaat. Ergo: bij een kraak ná twaalf maanden treedt de overheid pas op als de eigenaar kan aantonen dat hij een nieuwe bestemming heeft voor zijn pand. Die bestemming moe bovendien geen ruimte laten voor de krakers. Minister Dekker heeft nu een wet in voorbereiding die kraken altijd strafbaar stelt. Bij een missionair CDA-VVD-kabinet valt niet te verwachten dat de hele procedure eromheen wordt stilgezet tot na de verkiezingen.

Voor een kraakverbod:
‘In ons land’, zei minister Kamp begin dit jaar tijdens een campagneavond van zijn partij in nota bene de oude krakersstad Nijmegen, ‘is de idiote situatie gegroeid dat een eigenaar van een gebouw van het gebruiksrecht bestolen kan worden zonder dat de politie optreedt.’ Daar zou de VVD paal en perk aan stellen, beloofde Kamp: ‘Weg met die kraakregels! Stelen mag niet!’ Het CDA haakte er onmiddellijk op in met een persbericht: ‘Kraken is het CDA al jaren een doorn in het oog. Dat woningbezetters meer rechten hebben dan woningbezitters is voor het CDA de wereld op zijn kop.’
Voordat Kamp met zijn uitspraak kwam, waren er in de Tweede Kamer al drie moties aangenomen waarin om een kraakverbod werd gevraagd. De eerste stamt uit oktober 2003. CDA-Kamerlid Jan ten Hoopen wilde een verbod op het kraken van kantoorpanden. Hij staat nog steeds achter zijn motie: ‘Toen ik hem indiende, had ik heel wat bedrijfspanden bezocht die gekraakt waren. Er werden vaak op grote schaal georganiseerde houseparty’s in gehouden, waar veel in drugs gehandeld werd. Het viel mij op dat er veel buitenlandse krakers bij waren. Dat komt natuurlijk doordat het in omringende landen verboden is te kraken, maar je trekt zo wel de verkeerde, criminele elementen naar Nederland.’
De twee moties erna (de eerste van CDA, VVD, LPF en SGP en de tweede van VVD en LPF) zoomen in op de ‘ernstige aantasting van het eigendoms- en beschikkingsrecht’. Ten Hoopen: ‘Zodra een pand gekraakt is, is de eigenaar in feite rechteloos. De toegang tot het pand wordt hem onmiddellijk ontzegd en zijn pand is niet meer verzekerd.’
Ten Hoopen denkt dat de nieuwe wet leegstand zal bestrijden: ‘Het is de bedoeling dat gemeentes het initiatief kunnen nemen met de eigenaar van een leegstaand pand in gesprek te gaan over een herbestemming. Het blijft uiteindelijk de verantwoordelijkheid van gemeentes om verloedering van wijken tegen te gaan, niet van krakers. Eerst kraken en dan legaliseren is de verkeerde route, dat is niet meer van deze tijd.’

Tegen een kraakverbod:
Eind mei schrijft Marnix Norder, PvdA-wethouder van Bouwen en Wonen in Den Haag, namens zijn collega’s van de vier grootste steden (de G4) een brief aan Dekker tegen het kraakverbod. ‘Ons voornaamste bezwaar is dat hiermee een sanctie op leegstand verdwijnt’, zegt hij. ‘Dat probleem is veel groter dan Dekker zegt. Juist in kwetsbare wijken staan particuliere panden lang leeg. Je kunt van kraken zeggen wat je wilt ­ ik wil het ook niet propageren ­ maar het heeft wel voor een balans op de woningmarkt gezorgd.’ Norder wil graag dat de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur worden verruimd. ‘Dat is nu alleen onder speciale condities mogelijk. We zouden uitzonderingen moeten kunnen maken voor specifieke wijken, straten of panden. Die afweging kan beter aan de gemeentes zelf overgelaten worden.’
‘Kraak is een manier om leegstand aan de orde te blijven stellen’, zegt ook Kamerlid Ineke van Gent van GroenLinks, die medestanders heeft bij de PvdA en de SP. ‘Een verbod op kraken geeft eigenaren een vrijbrief om maar lekker door te treuzelen.’ Van Gent heeft ook de indruk dat de partijen die nu voor een verbod pleiten een volstrekt verkeerd beeld hebben van krakers. ‘Dat dat types zijn die de panden helemaal uitwonen, terwijl er in het algemeen gewoon goed gebruik van wordt gemaakt. Ook worden er in kraakpanden geweldig mooie culturele en maatschappelijke initiatieven genomen die anders niet mogelijk zouden zijn.’ Die worden ook door veel gemeentes gesubsidieerd met een ‘broedplaatsenbeleid’.
Socioloog Justus Uitermark ergert zich als ‘participerend onderzoeker’ aan het idee dat kraken ‘de wereld op zijn kop’ zou zijn. ‘Leegstand is het gevolg van wanbeheer, die beter via directe actie aan de orde kan worden gesteld dan via onzichtbare papieren procedures. Een samenleving heeft zelfcorrigerend vermogen nodig. Als het gaat om het tegengaan van uitwassen op het gebied van de volkshuisvesting, vervult de kraakbeweging daar nog altijd een belangrijke functie in.’
De kraakbeweging is altijd sterk versnipperd geweest, maar wordt door de buitenwacht als één pot nat gezien. Uitermark: ‘Er zijn krakers die gewoon op zoek zijn naar woonruimte, heel bevlogen activisten en parasitaire toeristenkrakers die panden uitwonen. Die laatste groep vormt een probleem, maar er zijn genoeg mogelijkheden om op te treden tegen de overlast die zij veroorzaken. Daar hoef je geen kraakverbod voor uit te vaardigen.’

Reacties artikel Intermediair

<Terug naar huis> <Naar boven>